Halbe van der Goot


De lijdensweg van Bouwe van Ens

Halbe van der Goot uit Oudemirdum was gedurende de oorlog actief in het verzet. Hij werd in februari 1945 door de SD gearresteerd op verdenking van medewerking aan de distributie van gedropte wapens en twee maand in Crackstate opgesloten. Daar maakte hij veel indruk op zijn medegevangenen door zijn voorbeeldige optreden. Direct na de bevrijding legde hij voor de Gemeentepolitie van Heerenveen een verklaring af over de mishandeling van de verzetsman Bouwe van Ens uit Nieuwehorne, die op 13 april 1945 door de SD werd doodgeschoten.

 

"Ik heb als politieke gevangene gezeten in de gevangenis van Crackstate te Heerenveen. Ik was door den SD te Heerenveen gearresteerd en hiernaar overgebracht. Bij het wassen in deze gevangenis zag ik op zekeren keer de mij bekende Bouwe van Ens. Deze had toen enige ontvellingen onder het oog, terwijl zijn tanden hem los in den mond zaten en zijn lippen stuk waren. Ik heb in de cel naast de zijne gezeten. Op een vrijdagmorgen, juiste datum en tijdstip weet ik mij niet meer te herinneren, maar het was in 1945, werd Bouwe van Ens uit de cel gehaald. Wij namen aan dat dit voor verhoor was. Na eenige tijd hoorden wij vanuit de richting van de verhoorkamer een afschuwelijk geschreeuw en gejammer, een hevig lawaai en stommelen, het schreeuwen van mensen en ik kreeg het idee alsof er alles kort en klein werd geslagen.

 

We hoorden doorlopend kreten van iemand die blijkbaar hevige pijn had. Het werd in de gevangenis stil en mijn medegevangenen en ik waren diep onder de indruk. Het werd daarna ook in de martelkamer stil. Vijf dagen later, het was naar ik meen op een dinsdagmorgen, werd Bouwe van Ens weer in de cel naast de onze gebracht. In de tussenmuur van de cel van Van Ens en die van ons was een gat ter grootte van ongeveer 15 à 20 centimeter in het vierkant. Ik vroeg toen: "Ben jij daar Van Ens?" Hij antwoordde mij daarop bevestigend. Ik vroeg hoe het met hem was.

 

Hij zei: "Niet best" en huilde erg. Hij vertelde mij toen dat hij ergerlijk mishandeld was. Men had hem, volgens zijn verklaring, op dien vrijdag van alle kanten geschopt, geslagen, getracht te wurgen en allerlei meerdere pijnlijke handelingen verricht. Dit was gebeurd door meer dan één persoon. Volgens Van Ens ten minste vijf, waarvan Emil Steylaerts en Post (Jannes Jouke Post, een Nederlandse rechercheur red.) het leeuwendeel hadden gehad. Hij was bloedend verwond, vooral ook om zijn hoofd, dat opgezwollen was. Hij was groenblauw en volgens hem had men hem twee ribben stukgeslagen. Hij kreunde steeds van de pijn. Hij kon haast niet liggen en ook niet staan. Hij vertelde mij dat men hem vijf dagen geboeid, zonder eten en drinken in een andere cel had gehad, terwijl hij heftige pijnen had gehad van de geleden mishandelingen."