Jan Tuut (Joop van Wijk)


Crackstate, de hel van het Noorden

Jan Tuut zat tijdens de oorlog diep in het verzet. Hij was actief in de LO en als KP'er, eerst in Meppel later in Friesland en Noordwest-Overijssel. Tevens verrichtte hij spionage werkzaamheden. In januari 1945 werd hij door de SD van Steenwijk gearresteerd en via de Johan van den Kornputkazerne naar Crackstate overgebracht, waar hij tot de bevrijding gevangen zat. In 1994 verschenen Tuuts herinneringen aan zijn gevangenschap onder de titel 'Crackstate te Heerenveen. De hel van het Noorden'.

Legitimatiebewijs van Jan Tuut
Legitimatiebewijs van Jan Tuut

 

 

"Op de muur werden de laatste streepjes voor maart gezet. Buiten scheen de zon reeds heerlijk. Het gras in het park werd groen en langs de gracht om de gevangenis zagen wij de madeliefjes ontluiken.

 

En nog steeds werden er mensen binnengebracht. Mensen die tijdens 'Sperzeit' op straat waren geweest, onderduikers en zelfs illegale werkers.

De verhoren werden schijnbaar iets soepeler. Wij mochten ook meer zingen, al werd er nog wel "Ruhig" geroepen door Steijlaerts. "Op de muur werden de laatste streepjes voor maart gezet. Buiten scheen de zon reeds heerlijk. Het gras in het park werd groen en langs de gracht om de gevangenis zagen wij de madeliefjes ontluiken. En nog steeds werden er mensen binnengebracht. Mensen die tijdens 'Sperzeit' op straat waren geweest, onderduikers en zelfs illegale werkers.

 

De verhoren werden schijnbaar iets soepeler. Wij mochten ook meer zingen, al werd er nog wel "Ruhig" geroepen door Steijlaerts. Ik had er al ruim elf weken gezeten, toch wij beneden in de kooi, hooguit tien minuten werden gelucht. Dat was heerlijk in de zon. Het was ook de enige keer. Het gat in het raam werd stiekem groter gemaakt en steeds werd ik gewaarschuwd, "Ga weg bij dat raam, Steijlaerts of wie dan ook schiet je nog eens dood." Deze goed gemeende boodschap kwam van politieagent Nieland uit Vollenhove.

 

Nog geen uur nadat Nieland dat gezegd had, kwam Steijlaerts binnen, ik hoorde de sleutels, sprong snel van de verwarmingsbuizen af (ik stond daarop omdat ik anders niet naar buiten kon kijken) dook de getraliede cel in waar de wc-pot stond en probeerde een plasje te doen. Hij had mij echter gezien en zo liep ik met de sleutelbossen een ongenadig pak slaag op.

 

Maar het gat in het raam was alles voor mij. Je keek de vrijheid in, wat een zegen! Ongeveer een week voor de bevrijding werd de waarnemend commandant van het Friese Verzet binnengebracht. (A. Bergsma, commandant district 111 van de NBS, red.) Vanuit onze cel konden we hem door het kijkgat in de deur zien. Van der Goot herkende hem. Tijdens een gesprek op de gang hoorden wij hem zeggen, dat er heel veel NBS'ers waren in Friesland, die zo gauwer bericht kwam klaarstonden om in te grijpen. Zij vroegen hem ook, of hij Dolle Dirk, kende (Dirk de Bruin, red.) Die wilden ze graag levend in handen krijgen. Dolle Dirk was Districts Operatieleider van de knokploeg en ook van de NBS werd er door hem verteld.

 

De op de overloop aanwezige Duitsers, waaronder Rosenthal en Schlegel, commandanten van de SD in Heerenveen, zeiden tegen hem dat hij direct vrijgelaten zou worden als hij beloofde dat zij Dolle Dirk levend in handen zouden krijgen. Dit is gelukkig nooit gebeurd en zowel de waarnemend commandant van het Friese Verzet als Dolle Dirk liepen vrij rond ... De bevrijding naderde snel. Desondanks werden er nog steeds mensen opgepakt. Zo werd er een dag voor de bevrijding nog een jood, die al een tijd ondergedoken had gezeten binnengebracht. Wij probeerden hem te troosten, maar hij was totaal overstuur en het praten vlotte ook niet erg. Alleen stamelde hij: "Ze hebben me vast verraden".

Links: Een impressie van de erbarmelijke omstandigheden in de cellen van Crackstate, geschilderd door Jan Hachmer die er van 3 tot eind januari gevangen zat.

Rechts: Cel in de Crackstate-gevangenis.

Het middageten werd steeds beter. Dit was ook door tussenkomst van het verzet geregeld bij de gaarkeuken. "Jullie vrienden zorgen dat er goed eten en brood met beleg voor jullie zwijnhonden komt", zei Steijlaerts. Door het raam zag ik buiten de zon schijnen en het was volgens ons telraam al april... Iedereen in de gevangenis was er zich zeker van bewust dat de bevrijding naderde, want het lawaai van laagvliegende jagers en bommenwerpers werd steeds luider. Het zingen in de cel werd dan ook steeds heviger.

 

Elke dag zeker het Wilhelmus. Ook het Friese volkslied galmde door de gevangenis. Daarnaast klonken ook christelijke liederen, zoals 'Scheepje onder Jezus hoede' en 'Hijgend hert der jacht ontkomen' en andere liedjes uit het liedboek van Johannes de Heer... Het werd door het gat in het raam nu gemakkelijker en duidelijker te praten en wij konden ook goed verstaan wat ze zeiden. De bevrijders, Amerikanen, Engelsen en Canadezen trokken op in de richting van Smilde. Ook bij Zwolle rukten ze op. Wat een spanning achter de tralies.

 

De bevrijding kwam steeds dichterbij en toch dacht je wel hoe zou het met ons komen? Geallieerde vliegtuigen scheerden soms laag over Heerenveen, trokken weer snel op en verdwenen in zuidelijke richting. Even later hoorde je de salvo's van de jagers, waarop werd geschoten? Waren het terugtrekkende Duitsers? De berichten die doorkwamen door middel van briefjes pepten ons op. De dagen kropen voorbij en in de verte hoorde je zwaar geschut... Het was op vrijdagmorgen (13 april, red), dat ik al vroeg voor de ramen en door het grotere kijkgat met een man kon praten. Deze zei dat Wolvega al bevrijd was. Wij konden nu echt de geweerschoten en mitrailleurs op korte afstand horen...

 

Toen ik op zaterdagmorgen wakker werd, zeiden ze tegen mij: "Al schieten ze een kanon bij je af, dan slaap je zeker nog door." Laagvliegende jagers scheerden namelijk vlak boven de gevangenis die nacht, maar ik was in diepe rust. Het wassen moest 's morgens 14 april nog sneller gebeuren dan anders, doch onze twee sneetjes brood met beleg waren nog op tijd! En wat gebeurde er toch beneden? Ook op onze verdieping waren er voetstappen en sleutels te horen. Alles moest wel snel gebeuren. Jammer genoeg konden wij beneden niets zien. Alleen hoorden wij stemmen. Dat duurde niet zo lang want ik hoorde Steijlaerts en Czunczeleith zeggen: "Der aus!" .,.

 

Die morgen duurde langer dan ooit. Ik deed niets anders dan voor het raam staan te praten. Beneden in het park zei een man dat de Canadezen in Bontebok waren. Ik had er nog nooit van gehoord en dacht eerst dat hij mij de gek aanstak, maar achter in de cel werd gezegd: "Dan zijn ze al aardig dichtbij, want ik woon in Katlijk". Nu kwam er ook een kleine jongen, die zei "Ze zijn al in Oranjewoud" . De spanning werd te groot ook voor mij, want ik zou niet eens meer durven zeggen of wij 's middags ook eten hadden gekregen.

 

En Van der Goot (Halbe van der Goot, red.) maar zeggen: "Jongens geduld bewaren, God is ons hopelijk nabij." Wij hoorden om ongeveer één uur dat de deuren open gingen. Zouden ze vertrekken en ons de lucht in laten vliegen? Ik hoorde door het kijkgat in de deur, dat er met sleutelbossen werd gegooid. Volgens mij op de stenen vloer. We zagen een lont dat naar de gevangenis leidde en over de gracht smeulde. Een bejaard mannetje drukte met zijn stok op de lont. Was hij uit? Niemand wist het. Toen er een jongeman (Hendrik Kooy, red.) aankwam, riep ik tot hem: "De sleutels liggen voor de ingang. Er is volgens ons hier geen één Duitser meer, alleen gevangenen". Die waren doodstil. De oudere baas (G. de Wolf, red.) kwam nu samen met Hendrik.  

Zijaanzicht van de gevangenis Crackstate Heerenveen.
Zijaanzicht van de gevangenis Crackstate Heerenveen.

Eerst gingen ze voor de gevangenis kijken. Opnieuw en zeer terecht kwamen ze beiden nog eens vragen: 'Weet je zeker dat er geen Duitser meer binnen is?" "Kom naar cel 14", schreeuwde ik. Weer gingen ze samen naar voren. Het was net of het uren duurde. Maar wij hoorden geluid beneden. Zouden ze komen? Ja hoor, ik hoorde voetstappen op de trap, gerammel met sleutels en daar stond onze bevrijder voor de open deur, bakker De Wolt'. Zoals gezegd gaf hij mij alle sleutels en zei "Ik ga naar beneden." Moederziel alleen ging ik nu alle celdeuren opendoen.

 

Ik vond ook schreiende mensen in de cel, die ik eruit moest sturen. Zij waren bang en vroegen zich af of het wel kon. Beneden hoorde ik onze bevrijder praten met de verloste gevangenen. "Kalm aan", hoorde ik zeggen "en naar mij luisteren". De cellen waren bijna leeg en ik kwam ook naar de verhoorzaal, waarin een kast met onze eigendommen stond, die ons bij gevangenname waren afgenomen. Bakker De Wolf riep door die grote ruimte: "Alles er uit?, dan gaan we nu." Ook ik was al onderweg naar de buitendeur, toen ik hulpgeroep hoorde. Wat was dat nou, alles was toch leeg? Ik riep toen ik weer binnen was: "Is daar nog iemand?" "Help, help" klonk het van boven.

 

Nu moest ik echt zoeken naar de sleutel van de eerste verdieping, misschien kwam dat ook wel door de angst. In cel 12 of 13 is weet het echt niet meer precies, zat politieagent de Goede uit St. Johannesga. Omdat hij in uniform was vroeg ik zijn naam. Eigenlijk was ik woedend. Vermoedelijk kwam dat door de angst. Ook hij wou in de verhoorkamer kijken naar zijn eigendommen. "Snel een beetje alstublieft", zei ik. Ondertussen greep ik nog een groot 'Herdermes' uit de kast en deed dat open in mijn zak. Je kon nooit weten ... Toen ik ook bij de uitgang was, zag ik niemand meer van de bevrijde gevangenen.

 

Twee al wat oudere mensen zeiden tegen mij: "Ze zijn die kant op, naar de bakker". Achter die twee mannen stond, zoals ze mij zeiden, iemand die er nu maar in moest. Ik greep mijn mes, maar de beide mannen waren verstandiger dan ik en zeiden: "Maak maar gauw dat je wegkomt!" 's Nachts sliep ik heerlijk bij een gezin met een grote zoon, tegenover de woning van bakker De Wolf. Tegen de morgen, het was nog schemerig zagen we van bovenaf twee militairen... die Engels spraken..."