Dorp achter Tralies


Auke Zeldenrust over PI Leeuwarden

Boek: Dorp achter tralies
Auteur Auke Zeldenrust. 

Uitgegeven door Friese Persboekerij september 2013



Een aparte samenleving, een samenleving apart

Welkom lezer, welkom in dit dorp van moordenaars, dieven en verkrachters. Maar wees niet bang, wandel door de detectiepoort en laat waardevolle spullen en vooroordelen achter. U krijgt voor noodgevallen een pieper mee met daarop een rode knop. Druk daarop als u zich bedreigd voelt of zelfs aangevallen wordt, dan zijn bewakers binnen vijftien seconden bij u. Ik voorspel u echter dat het niet nodig zal zijn. De tientallen keren dat ik dit bajesdorp bezocht, heeft het alarmapparaatje werkloos aan mijn broekriem gehangen.

 

Na de sluis met twee zware deuren ontmoet u de 250 bewoners, allemaal mannen. Over het algemeen bestaat de bevolking uit relatief veel jonge, werkloze, alleenstaande kerels met een laag opleidingsniveau. Ze wonen verdeeld over de afdelingen A tot en met E, in kleine kamers van ongeveer tien vierkante meter. Tegen hun wil, dat dan weer wel. Om vijf uur ‘s middags valt de deur in het slot, ‘s ochtends om half acht gaat die weer open. Overdag doden ze de tijd met arbeid, sport, poolen, tafeltennis of rondhangen. Dan zoeken de boeven, zoals ze door veel bewakers worden genoemd, elkaar op. Niet om hechte vriendschappen te sluiten want die bestaan niet in dit oord. ‘Je beste vriend wordt hier je grootste vijand’, hoor je hier vaak.

 

Spreek vrijuit met iedereen al zullen sommigen wegduiken, uit angst of schaamte voor het onherstelbare leed dat ze mensen buiten, in de vrije wereld, hebben aangedaan. Sommige bewoners laten zich trouwens helemaal niet zien en blijven in hun cel. Ze vrezen een aframmeling van dorpsgenoten omdat ze bijvoorbeeld met kleine kinderen hebben gerommeld. Gevangene Piet weet er alles van en zal u erover vertellen. Ook de oudste bewoner Leen die onlangs zijn 84e verjaardag vierde, kan erover meepraten.

 

En al wandelend over de tweehonderd meter lange Dorpsstraat, hier de P-straat genoemd, komt u ADHD-er Hans tegen die u waarschijnlijk stiekem drugs gaat aanbieden voor veel te veel geld. Of de altijd opgewekte Wiljan die hier voor het eerst zit, zijn heftruckdiploma haalt en elke dag met vrachten over de P-straat jakkert. En vraag maar aan Gerard waarom hij zo gek is op zijn elektrische tandenborstel die hij heeft omgetoverd tot een tatoeëer-apparaat. Als bewijs trekt hij zijn T-shirt omhoog en toont met trots tientallen zelf gezette tattoos. Onderschat ondertussen Jalale niet hoewel u hem op twee krukken ziet lopen. De Marokkaan staat in het dorp bekend als vluchtgevaarlijk en wordt extra in de gaten gehouden. Over vluchten gesproken: dat is welhaast onmogelijk. De dorpsgeschiedenis vermeldt drie geslaagde ontsnappingen, eentje zelfs met helikopter.

 

Schiet niet alleen gevangenen maar ook personeelsleden aan. De meeste bewakers en Penitentiaire Inrichtingwerkers, de PIW-ers, zijn bereid een boekje open te doen. Het gros werkt al vanaf het allereerste begin in dit dorp en in die 25 jaar maakten ze van alles mee. Linda, een van de weinige vrouwelijke PIW-ers, zal vertellen hoe ze licht ontvlambare spierbundels de baas is. Luister naar beveiliger Henk die ervoor zorgt dat niemand over de gevangenismuur kan klimmen. En wees tactvol als het personeel begint te spreken over de zwartste bladzijde uit de historie: de moord op collega Carien Hofman, nog steeds een open wond. Vraag PIW-er Jelle maar. Of Piet die er een gedicht over schreef.

 

Loop over de afdelingen, gluur bij een woonkamer naar binnen of onderga zelf eens een etmaal het bajesregiem, zoals ik heb gedaan. U zult tot de conclusie komen dat u in een eigenaardige samenleving bent beland. Mannen die andere mannen opsluiten. Het is een uitvloeisel van wetten en regels die bedacht zijn om mensen die over de schreef gaan, te straffen. Vroeger wachtte hen de dood of de zweep, tegenwoordig de cel. De overtreders verliezen hun vrijheid vanwege hun misdaden: moord, doodslag, verkrachting, mishandeling, drugshandel. Maar tegelijk, zo zegt de baas van dit dorp, is de gevangenis de plek waar echte vrijheid kan beginnen. ‘Voor levensverandering is dit een goede plaats omdat er rust, reinheid en regelmaat heerst. Ze gaan op tijd naar bed en worden op tijd gewekt’.

 

De bajesdirecteur hecht aan begrippen als respect, rechtvaardigheid, veiligheid, integriteit en eigen autonomie. Zo is het rechtvaardig dat ook in dit dorp een zieke bewoner een dokter of psychiater mag bezoeken. De medici hebben hun handen vol aan slecht slapende, depressieve en gestoorde cliënten. Kijk even stiekem om het hoekje bij huisarts Mireille die de eerder genoemde tattoo-Gerard behandelt aan zijn gekneusde ribben. En wie goed luistert vangt het snorrende geluid van een boor op. Tandarts Gerrit vertelt dat de angst voor zijn beroepsgroep in de nor net zo groot is als in de vrije wereld. De stoerste krachtpatsers liggend trillend op zijn behandelstoel. Wandel een stukje verder en u vindt de kapsalon van kapper Jan. ‘Alles eraf graag’. De kale kop, het bajeskapsel.

 

Een dorp waar je woont, winkelt en werkt, typeert de burgemeester van Leeuwarden de gevangenis. Een uiterst dichtbevolkt stukje Nederland, gebouwd in 1988, in een roerige tijd van werkloosheid en bezuinigingen. Terwijl in Leeuwarden hard wordt gewerkt aan deze nieuwe bajes stelt een onderzoekscommissie dat steeds meer gevangenen zullen wegkwijnen. Van detentie wordt niemand beter, zegt de commissie. ‘De realiteit is er een van agressie, apathie en vervreemding van gezin en leefmilieu’. Dat zult u vaak te horen krijgen van gevangenen, zeker als u gedetineerde Jan van de B-vleugel ontmoet. ‘De gevangenis maakt alles kapot wat je lief is, alles gaat naar de kloten’.

 

O, u had verwacht dat de gevangenis net een hotel is, een staatshotel? Want: televisie, magnetron, koelkast. U bent niet de eerste. Al in de beginjaren komt de Leeuwarder bajes met zijn ‘luxe van onderwijzers, creatieve therapeuten, bibliotheekmedewerkers en psychologen’ onder vuur van de bevolking te liggen. Maar steevast luidt het antwoord van de directie: ‘Hoe je het ook wendt of keert, aan het einde van elke dag gaat de deur van iedere cel op slot. Stelt u zich voor dat u op het toilet zit en iemand sluit de deur af. Alle gemakken vallen dan in het niet bij het feit dat die deur niet meer open kan’. Die zit. Een gevangene zal het u anders uitleggen. ‘Een hotel, hahaha, voor mij is het een hel’.

 

Minister Marc Willem baron du Tour van Bellinchave van Justitie (1883-1888) noemde eind achttiende eeuw de gevangenis een ‘maatschappij in het klein’. Dat zult u met eigen ogen aanschouwen. Een dynamische samenleving waar intermenselijke emoties en handelingen in een zwaar gecontroleerde omgeving hun uitweg vinden. Er wordt gelachen, gehuild, geslagen en geschreeuwd. Er is jaloezie, onmacht, boosheid, liefde en geloof. ‘Alleen God weet wanneer mijn cel opengaat’, zal Sieger u verkondigen.

 

Bewakers zullen bezoekers adviseren om mens van daad te scheiden. Zo functioneren zij zelf althans het beste, zegt PIW-er Wietse. ‘Ik hoef niet te weten wat iemand heeft gedaan, dan kan ik iedereen gelijk behandelen’. Dat is ook wat gevangenen zelf wensen, al eeuwen. ‘Hoe hoog mijn misdaad zij gerezen, Ik houd niet op een mens te wezen’, dicht een gedetineerde begin negentiende eeuw. Maar ik waarschuw u: het valt soms tegen om enige menselijkheid in moordende handen te willen zien.

 

Hoe dan ook, de baas van het bajesdorp nodigt u van harte uit om ‘de onbekende wereld die de gevangenis is, te demystificeren en samen met u te werken aan minder criminaliteit’. Want al verlaat u straks het dorp achter de tralies, misschien met de geruststellende belofte dat u dat verfoeide oord nooit meer zult bezoeken, u zult nooit meer om de gevangen medemens heen kunnen. Al was het maar omdat u ze ooit gewoon op straat tegen kunt komen want, zo schrijft gedetineerde Chris in 1994: ‘Op een dag zal voor iedereen de deur weer open gaan’. 

De boef in onszelf

Zit het slechte in ons, vanaf de geboorte of nestelt het zich langzaam in de mens om uit te groeien tot een onderhuids gezwel dat bij de een wel en de ander niet openbarst? Het is een vraag die door de eeuwen heen onderzoekers hoofdbrekens heeft bezorgd.

 

Forensisch psychiater Antoine de Kom gaat met de kwestie aan de slag in zijn boek ‘Het Misdadige Brein’ waarin hij historische misdadigers als Eichmann en Osama bin Laden probeert te diagnosticeren. In het boek beweert De Kom dat het kwaad in iedereen zit. ‘In de kiem zeker wel. We moeten allemaal de boef in ons respecteren en in bewang houden’. De psychiater omschrijft het kwaad als ‘een opeenvolging van verwerpelijke, schadelijke keuzes’.

 

Met dat laatste impliceert De Kom dat de mens de vrije wil heeft om bijvoorbeeld niet het criminele pad op te gaan. Maar volgens neurobioloog Dick Swaab is die vrije wil een illusie, zo stelt hij in zijn bestseller ‘Wij zijn ons brein’. Want ‘hoe verantwoordelijk zijn verslaafden voor hun stoornis die veroorzaakt wordt door kleine variaties in hun DNA of door ondervoeding in de baarmoeder’. Of ‘hoe vrij was iemand die door de combinatie van zijn genetische achtergrond en het sigaretten roken van zijn moeder tijdens de zwangerschap ADHD kreeg en met justitie in aanraking kwam’.

 

In zekere zin kunnen ze er zelf niks aan doen als ze de fout in gaan, is de conclusie van de hersenonderzoeker. En het zijn vaak mannen die in aanraking komen met justitie. ‘Zo moorden mannen vijf keer zo vaak als vrouwen. Het mannelijke hormoon testosteron stimuleert agressief gedrag. Bij mannen die gevangen zaten wegens geweldsdelicten en verkrachting waren de testosteronspiegels hoger dan dan bij hen die schuldig waren aan andere feiten’. Datzelfde hormoon zorgt er tevens voor dat eenderde van de jongeren over de schreef gaat, aldus Swaab.

 

De theorie van Swaab zorgt voor veel ophef en discussie in de wereld van forensische psychiaters. Het Jaarbericht 10/11 van het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie (NIFP) is zo’n beetje in zijn geheel gewijd aan hersenonderzoek bij criminelen. Daarin stelt Swaab opnieuw dat mensen met een slecht ontwikkeld brein pech hebben. ‘Je zit dan met problemen voor de rest van je leven’. In datzelfde blad opent psychiater Jessica Wesselius van het Penitentiair Psychiatrische Centrum (PPC) in Amsterdam de aanval op Swaab's stelling. Wesselius zegt dat mensen met een aangeboren beschadiging in de hersenen zeker op hun gedrag zijn aan te spreken. ‘Genetische aanleg of zwakte kan nooit een vrijbrief zijn voor ontoelaatbaar gedrag. Het is juist een factor om extra rekening mee te houden. Net zoals iemand met suikerziekte zijn dieet moet aanpassen, moet zo iemand erop letten dat hij stressvolle situaties vermijdt en oppast met alcohol en drugs die nog meer ontremmend werken’.

Leiders, loopjongens en landlopers

Hoewel de rechten en plichten voor iedereen dezelfde zijn en iedereen, zogezegd, in hetzelfde schuitje zit, heeft zich onderhuids een samenleving gevormd met leiders, helpers, volgers en verschoppelingen. De hiërarchie is niet gebaseerd op opleiding, diploma of documenten zoals in de vrije wereld. Hier wordt de status afgemeten aan voorkomen, fysieke en geestelijke kracht, gedrag en natuurlijke leiderskwaliteiten. Een overvaller op bijvoorbeeld het Holland Casino oogst achter de tralies lof en bewondering. Hoewel er nauwelijks onderling over elkaars delicten wordt gesproken, blijft de criminele loopbaan nooit geheim.

 

De leiders. Dat zijn de sterkste, verbaal en in de meeste gevallen ook qua omvang van de biceps. Ze hebben geld, blaken van zelfvertrouwen en er wordt naar ze geluisterd. Ook toen ze nog vrij waren, vervulden ze een leidersrol. Hoewel ze vastzitten, zorgen ze ervoor dat ze contact houden met de buitenwereld en sturen ze handlangers buiten de muren aan. Een goed voorbeeld in Charles Z. , een voormalig autocoureur die werd opgepakt voor drugshandel en georganiseerde misdaad. Toen hij in de jaren negentig in de Marwei vastzat, had Z. vanaf dag één de leiding over de D-vleugel. Stinkend rijk als hij was kocht hij macht en volgelingen. Een telefooncel reserveerde hij voor zich zelf, hij pleegde er meer dan 14.000 telefoontjes. Bezoek voor deze invloedrijke gedetineerde kwam in Ferrari's en Maserati's. Leiders hebben zich verzoend met het systeem en zijn gebaat bij rust in de bajes, want zo gedijt hun heerschappij, die vaak gepaard gaat met drugshandel, het best. De handel en wandel moet doorgaan, binnen en buiten. Gevangenen die zich misdragen of zich al te nadrukkelijk op de afdeling manifesteren, verstoren de orde en maken bewakers zenuwachtig. Ze worden dikwijls op hardhandige wijze op het matje geroepen, buiten het gezichtsveld van de cipiers. Niet zelden vertelt een blauw oog vriend en vijand dat de hiërarchie weer hersteld. Een leider formeert een groepje aanhangers om zich heen die de klusjes opknappen. Deze loopjongens maken het eten klaar en ondernemen bijvoorbeeld pogingen om drugs naar binnen te smokkelen. Dat doet een hoofdman niet, die laat het gevaarlijke en vuile werk over aan zijn onderdanen.

 

Een soort tussengroep zijn de zogeheten first offenders. Ze belanden voor het eerst in de cel en waarschijnlijk ook voor het laatst. Ze boeten voor een achteraf onbegrijpelijke, vaak niet al te ernstige, misstap in hun leven en ondergaan de tijd in de gevangenis als een levensles van ‘eens maar nooit meer’. In de bajes knopen ze nauwelijks relaties aan met anderen. Ze hechten aan boetedoening in hun eentje en voelen zich niet verbonden met hun medebewoners, in hun ogen zware criminelen.

De drugsverslaafden (en dat is een grote groep) zoeken elkaar op. Ze hebben nauwelijks aanzien in het gevang maar dat deert hen niet. In hun drang om te scoren hebben ze gebrek aan alles. Meestal zijn de bajesverslaafden oude bekenden van elkaar. Ook in het vrije leven ontmoetten ze elkaar.

 

Zedendelinquenten staan onderaan de ladder. Want volgens een van de gedetineerden hebben ze een gouden regel in de criminele wereld overtreden: blijf met je tengels af van bejaarden en kinderen. De misbruikers hebben het moeilijk in de gevangenis, sommigen laten zich niet zien en blijven zoveel mogelijk op cel. Ze worden bedreigd en geregeld uitgescholden voor vieze pedo of kinderverkrachter. Regillio, een van de leiders in de bajes, vertelt dat op zijn vleugel een zedendelinquent geen leven heeft. ‘Die krijgt gegarandeerd klappen’. Zowel personeel als gedetineerden geven aan dat je zedenklanten 'er zo uitpikt'. Teruggetrokken, stil, soms wat vrouwelijk. Rond bazuinen dat iemand met kinderen heeft gerotzooid, is een vaak gehanteerde methode om iemand zwart te maken of zelfs in elkaar te slaan. De bekende verslavingsdeskundige Keith Bakker die tot vijf jaar cel is veroordeeld voor seksueel misbruik van jonge meisjes, werd juni 2012 door twee medegedetineerden aangevallen. De zedendelinquent liet verder vanuit zijn cel in de PI Lelystad weten dat hij zich vanwege de vele bedreigingen ernstig zorgen maakt over zijn veiligheid.  

Het gezicht van een crimineel

Misdadigers hebben brede kaken, diepliggende ogen en aaneengesloten wenkbrauwen. Ook een haviksneus, vlezige lippen of hoge jukbeenderen zijn tekenen van een aangeboren, crimineel karakter. Het was de Italiaanse criminoloog Cesare Lombroso (1835-1909) die beweerde aan de hand van deze lichaamskenmerken de boef te herkennen. Hij concludeerde dit na bestudering van duizend gevangenen. Mooie mensen aan de andere kant, zo stelde hij, blijven verre van de criminaliteit. 

Later stelde Lombroso zijn theorie die van alle kanten werd bekritiseerd, enigszins bij. De Italiaan poneerde dat criminaliteit niet alleen aangeboren is maar ook bepaald wordt door sociale factoren als opvoeding, leefomgeving en gebeurtenissen. 

 

Medewerkers in de PI Leeuwarden willen vaak niet weten wat een gedetineerde op zijn kerfstok heeft. Toch, wanneer ze er op een of andere manier achter komen, staan ze geregeld versteld als voor de zoveelste keer het bewijs geleverd wordt, dat je iemands daden niet van zijn gezicht af kunt lezen. 'Laatst hadden we een klein iel mannetje binnen, die doet geen vlieg kwaad, dachten we. Blijkt dat hij zijn vriendin op een gruwelijke wijze heeft verkracht', vertelt Cristine van de Bevolkingsadministratie (BVA).

 

Strafpleiter Theo Hiddema beweert evenwel het kwaad met enige regelmaat op straat te kunnen herkennen. Zo zegt Hiddema in het tv-programma Buch in de Bajes van 27 mei 2012: 'Kopjes waarvan je ziet dat ze zo'n staat van verwildering uitstralen dat daar geen innerlijke rust achter schuilt en dat er dus vanuit die chaos ook wel eens een crimineel delict zich voltrekt' .

 

Hoe dan ook, het uiterlijk van een moordenaar of verkrachter blijft menigeen fascineren. Journalist Wim Boevink observeerde verdachte Anders Breivink die in Noorwegen 77 mensen in koelen bloede vermoordde. Boevink probeerde, terwijl hij de rechtszaak voor de tv volgde, iets van de boventronie af te lezen: ‘een tic, een oogopslag, een optrekken van een mondhoek. Natuurlijk viel er over dat gezicht niks zinnigs te zeggen, behalve dat er soms een glimlach op speelde, die bij de toeschouwer een lichte huivering achterliet. Het kwaad of de gekte houdt zich elders schuil.' (Trouw, 21 april 2012)  

Gouden kooi is ook een kerker

De celstraf wordt in de eerste helft van de negentiende eeuw gezien als een teken van beschaving. De opsluiting in gevangenissen krijgt de voorkeur boven lijf-en doodstraffen die in de openbaarheid worden voltrokken en de ogen van de gegoede burgerij besmetten met bloederige taferelen. Zo verdwijnt brandmerken, de schandpaal en de roede in 1854, de geseling en doodstraf zijn vanaf 1870 verboden.

 

Herman Franke schrijft in zijn standaardwerk ‘Twee eeuwen gevangen’ (1990) dat de autoriteiten zich de afgelopen tweehonderd jaar steeds meer om het lot van de gedetineerde zijn gaan bekommeren. Van een zwaar geminacht schepsel die van honger en ellende stierf in onhygiënische hokken tot een goed gehuisveste gedetineerde met rechten, aldus Franke. ‘Tegenwoordig staat een leger van maatschappelijke werkers, juristen, bewaarders, geestelijken, reclasseringsambtenaren, criminologen, psychiaters, politici en zelfs bewindslieden klaar om voor hen in de bres te springen als hun rechten en positie dreigen te worden aangetast’.

 

Tegelijk veranderde de visie op het gevangeniswezen allerminst. Al eeuwen vindt de goegemeente dat gevangenen het te goed hebben. En tegenwoordig wordt een bajes in Nederland soms een staatshotel genoemd, met alle luxe en geneugten van dien. ‘Een hotel waar ik helaas de sleutel niet van heb’, typeert een gedetineerde van de PI Leeuwarden zijn situatie met een sarcastische lach. Ook personeel van het gevang weet beter en concludeert dat 'een gouden kooi ook een kerker is'. 

Leerschool voor criminelen

'Zinloos. Alles kwijt raken en niks opbouwen voor de toekomst'. 'Wie geen drugs gebruikt, leert dat hier'. 'Een leerschool voor zwaardere delicten en een broedplaats voor nieuwe criminaliteit'. Het is een greep uit de antwoorden die de Leeuwarder gedetineerden geven op de vraag wat ze van hun gevangenschap vinden. De meeste bajesklanten scheppen een somber beeld over hun tijd achter de tralies. 'Je wordt er alleen maar slechter van'. Volgens staatssecretaris Fred Teeven van Veiligheid en Justitie helpt detentie echter wel degelijk. Daders kunnen in ieder geval als ze vastzitten geen misdaden meer begaan. ‘Dan hebben we geen last van ze. Dus als je autokrakers bijvoorbeeld wat langer opsluit, dan heeft zo’n wijk weer wat rust’, aldus Teeven in het BonjoBajes Bulletin (februari 2012, nummer 1) een krant voor gevangenen over detentie en strafrecht. Bovendien heeft gevangenschap een afschrikwekkende functie. Ook vergelding is een van de pijlers van de celstraf. Volgens hoogleraar forensische psychologie Corine de Ruiter moet het nut van detentie worden betwist. De Ruiter stelt dat de maatschappij slechts tijdelijk beschermd is met het opsluiten van criminelen. ‘De slachtoffers krijgen er niet mee terug wat ze zijn kwijtgeraakt. Gedetineerden verliezen familie en vrienden en gaan opnieuw in de fout’, zegt ze, eveneens in het BonjoBajes Bulletin (augustus 2012, nummer 4).

 

Werkt gevangenisstraf nou wel of niet? Met die vraag gingen onderzoekers Arjan Blokland en Paul Nieuwbeerta van het Nederlands Studiecentrum Criminaliteit en Rechtshandhaving aan de slag. Zij publiceerden in februari 2008 hun bevindingen en kwamen tot de volgende conclusie. 'Ex-gevangenen maken zich vaker opnieuw schuldig aan criminaliteit dan veroordeelden die geen gevangenisstraf kregen. Dit geldt voor verschillende typen daders en voor verschillende typen delicten. Gevangenisstraf brengt daarmee deels teweeg wat het zou moeten voorkomen, namelijk crimineel gedrag'. Toch constateren de onderzoekers dat ‘opgesloten zitten als heel erg vervelend wordt ervaren. Dus zal iemand die al eens in de gevangenis zat, zich niet snel nog eens inlaten met criminaliteit'. Bovendien, zeggen Blokland en Nieuwbeerta, kan gevangenisstraf de kans op toekomstig crimineel gedrag op een indirecte manier beïnvloeden. ‘Wanneer een gevangene in de gevangenis bijvoorbeeld een diploma haalt, en na zijn straf hierdoor een baan weet te vinden, zou dit er toe bij kunnen dragen dat deze persoon op het rechte pad blijft’.

 

Met name deze laatste conclusie hebben beleidsmakers ter harte genomen. Er is in 2007 een nieuw programma opgesteld, Modernisering Gevangeniswezen (MGW). Binnen het MGW staat een succesvolle terugkeer in de maatschappij centraal. Er wordt onder meer aandacht besteed aan vakmanschap, detentie en re-integratie, het dagprogramma en zorg. Voordat een gevangene vrijkomt, regelen verschillende instanties samen allerlei zaken om de ex-gedetineerde te helpen. Dan gaat het om ID-bewijs, zorg, huisvesting, inkomen, schulden, dagbesteding en werk. Gemotiveerde gevangenen kunnen al in de bajes beginnen zich voor te bereiden op een leven in vrijheid.

Strenger straffen

‘Momenteel zitten in Nederland ongeveer 12.000 mensen vast. Dat is minder dan een aantal jaren geleden. Het betekent niet dat criminelen lichter worden gestraft, integendeel. Volgens een onderzoek van De Volkskrant in de periode 2006-2010 blijkt dat de gemiddelde celstraf voor moord en doodslag met twee jaar is gestegen. Desondanks zouden de straffen nog zwaarder kunnen, vinden talrijke burgers en politici. Maar strenger straffen heeft geen enkele zin, zegt criminologe Simone van der Zee. In haar boek ‘Het Staatshotel’ (2012) stelt ze repressie en het huidige gevangeniswezen aan de kaak. 'Penitentiaire inrichtingen zijn meer dan ooit vergaarbakken voor het menselijk afval dat onze samenleving produceert.

 

Psychisch gestoorden, mensen met een verstandelijke beperking, illegale vreemdelingen, verslaafden, ontspoorde jongeren en aan lager wal geraakte bejaarden - onze gevangenissen zitten er vol mee Ik vraag me af of dit echt de manier is om met mensen die een delict plegen en beschadigd zijn om te gaan', zegt ze in de NRC (19 april 2012). Ze ziet meer in herstelrecht waarbij dader en slachtoffer elkaar in de ogen moeten kijken en genoegdoening moeten afspreken. Volgens haar is zitten niet genoeg. Ook Bart de Koning komt in zijn boek ‘De veiligheidsmythe. Over politie, justitie en misdaad in Nederland’ (2012) tot de conclusie dat strenger straffen niet helpt. Sterker nog, hoe langer iemand achter de tralies zit, hoe groter de kans dat hij weer de fout in gaat, stelt De Koning. De oproep van politici om zwaarder te straffen vindt hij dan ook onzin. ‘Het is beter om criminelen tijdens hun straf ook gedragstherapie te bieden. Therapie kan recidive  terugdringen’. 

Medemens

In de jaren vijftig van de vorige eeuw ontvangt een gevangenisbewaarder een nieuwe bajesklant met de woorden. ‘Je hebt om te beginnen het recht op hoofdpijn, duizelingen, zenuwstoringen, heimwee, maagaandoeningen en verder alle getob dat geen herrie maakt.’ Het is een cynisch welkom in een keiharde wereld die evenwel langzaam aan het veranderen is. De gevangene wordt in die periode steeds meer als medemens gezien. Deze opvatting is onder meer religieus getint. ‘Gedenkt de gevangene alsof gij mede gevangen waard’, zo gebiedt de Bijbel. Een gevangenistijdschrift publiceert 'De Tien Geboden voor gevangenispersoneel' waarin de menselijke behandeling van de gedetineerde centraal staat. In de eerste gevangenisnota (1964) staat dat de vrijheidsbeneming volstaat als straf en dat de gedetineerde niet nog meer leed hoeft te ondergaan. Zo moeten de eventuele nadelige gevolgen van opsluiting tot een minimum worden beperkt.

 

Nederland krijgt een ‘humaner gevangeniswezen’, schrijft een opgetogen Telegraaf, de grootste krant van Nederland. Toch stellen deskundigen in de jaren zestig en zeventig grote vraagtekens bij het nut van detentie. Zo vindt psychiater Pieter Baan dat gevangenen 'nog initiatiefarmer, nog meer gefnuikt en gefrustreerd in de maatschappij terugkeren dan zij deze verlaten hadden'. Een speciaal daartoe benoemde commissie komt zelfs met het voorstel om de gevangenisstraf helemaal af te schaffen. De voorzitter van deze commissie noemt de vrijheidsbeneming 'een hoogst betreurenswaardig gebeuren'. Hij kiest liever voor een alternatief waarbij de delinquent niet wordt opgesloten maar verplicht moet werken. Met de opbrengsten zou hij de slachtoffers schadeloos kunnen stellen.

 

De laatste decennia komt de nadruk steeds meer te liggen op de resocialisatie en een succesvolle terugkeer in de maatschappij. Doel is om te voorkomen dat criminelen weer de fout in gaan. In 2007 start het programma Modernisering Gevangeniswezen (MGW). Daarin staat dat de tijd in de gevangenis optimaal moet worden benut. Gedragsproblemen, verslaving en psychische aandoeningen worden direct bij opsluiting aangepakt. De gedetineerde krijgt onderwijs, kan diploma’s halen en leert hoe je met anderen moet omgaan. De inrichting probeert mannen na hun vrijlating te helpen met werk, inkomen en huisvesting. Ondanks verwoede pogingen om misdadigers op het rechte pad te krijgen en vooral te houden, zien gevangenismedewerkers meer dan de helft van de vrijgelaten delinquenten weer terugkomen.

 

Auke Zeldenrust.