Schandstraffen


De tepronkstelling aan de kaak

Het dragen van strafstenen of van een houten mantel tot mandhangen en schandetochten De grootste bloeiperiode kenden de schandstraffen van het einde van de veertiende tot het einde van de zestiende eeuw. De schandpaal of de Kaak. Overtreders van allerlei zedenmisdrijven zoals prostituees, koppelaars, zedenschenders en bigamisten. De bigamist, `dubbelhuwer‘ of `tweewijver‘ pleegde met zijn schandelijke daad naast meineed en verstoring van de openbare orde ook een inbreuk op het huwelijkssacrament.

 

De mannelijke bigamisten kregen dan ook een typische spiegelstraf voorgeschoteld: zij werden meestal met spinrokken tentoongesteld. Een vrouwelijke bigamist werd behangen met mansbroeken en zo aan het publiek getoond. Ook leeglopers, landlopers en bedelaars werden aan de kaak gesteld. De tepronkstelling had meestal plaats op een ogenblik dat zich veel mensen op straat bevonden, doorgaans op een drukke marktdag in de loop van de voormiddag.

 

De tijdsduur van de tepronkstelling varieerde sterk, gaande van minder dan een uur tot meerdere uren, zelfs dagen.De delinquent werd met een ijzeren halsband of ring en met kettingen vastgeklonken en werd vervolgens overgelaten aan de spot van het volk die hem met vuil, rotte eieren, modder, appelen en dergelijke bekogelden. De kaakstraf had, net als alle publiek voltrokken straffen, naast haar zuivere bestraffingsfunctie ook tot doel andere delinquenten af te schrikken. De terechtstelling: een ceremonieel gebeuren. 

De tentoonstelling op de ladder

De ladder stond toe de veroordeelde op een duidelijk zichtbare hoogte te kijk te zetten. Het betrof gewoonlijk een galgladder die schuin tegen een muur van een gebouw werd geplaatst. De scherprechter zorgde voor de bijkomende attributen zoals de strop om de hals van de dief om duidelijk te maken dat hij er deze keer mild vanaf gekomen was. 

Het hangen in de mand

Het mandzitten werd ook nog gesteld op overspelige en dronken mannen en vrouwen, bigamisten, prostituees, bedelaars en kruimeldieven.  

Overspel

Straf: Blok aan het been. 1 dag in de stad rondlopen met 15 kilo aan je been. Iedereen die je tegenkwam mocht je uitschelden en bekogelen met viezigheid. (Paardenpoep en zo) 

Landverraad

Straf: Verbanning. Je moest het gewest, de provincie of het land verlaten. Deze straf lijkt minder erg dan hij was. Je moest namelijk al je bezittingen achterlaten, je verloor je werk en moest in een vreemde omgeving opnieuw beginnen. 

Kwaad spreken

Straf: Het schandblok. Je kreeg een bord om je nek waarop stond wat je gedaan had. Terwijl je in het blok stond, mocht de bevolking je bekogelen met straatvuil als paardenpoep en dode ratten. Eieren werden niet gegooid omdat ze te duur waren en stenen niet, omdat je iemand flink zou kunnen verwonden en dan zelf wel eens voor straf in het blok terecht kon komen. 

Iemand het zwijgen opleggen

Een andere straf was het in tweeën splitsen van je tong. Je kon daarna letterlijk niks meer zeggen.